De veiligheidsfiets
De volgende stap in de ontwikkeling van de fiets was de zogenaamde veiligheidsfiets. Hij werd ontworpen door de Engelsman John Kemp Starley, een neef van de eerder genoemde James Starley, de uitvinder van de hoge "bi". Hij maakte in 1885 de "Rover", een fiets met twee wielen van vrijwel gelijke grootte, terwijl de krachtoverbrenging via een ketting op het achterwiel plaatsvond. De "Rover" is in vergelijking met de hoge "bi" een "laag-bij-de grondse" fiets. Hij is veel stabieler en dus veiliger dan de hoge "bi". Je zou de "Rover" het prototype van de hedendaagse fiets kunnen noemen. Met deze fiets begint de geschiedenis van de fiets van nu.
De bruikbaarheid van de veiligheidsfiets werd aanzienlijk vergroot door de toepassing van de luchtband. In 1845 was door de Engelsman Robert William Thomson reeds een luchtband voor rijtuigen uitgevonden, maar zijn vinding werd niet toegepast. Dat ging anders met de luchtband voor de fiets, een uitvinding van de veearts John Boyd Dunlop. Het verhaal gaat dat het zoontje van Dunlop dagelijks op de fiets over slechte wegen naar school hobbelde en voortdurend klaagde over hoofdpijn. Zijn vader veronderstelde dat de hoofdpijn het gevolg was van de massieve rubberbanden van de fiets. Hij kwam op het idee de massieve banden te vervangen door een opgerold vel rubber. Maar de fiets bonkte nog te veel. En daarom legde Dunlop een holle gummibuis rondom de wielen en blies deze op met een voetbalpompje. Het resultaat was goed en Dunlop maakte zijn uitvinding nog beter. En zo is de luchtband ontstaan. De fietsers wilden eerst niets van de luchtband weten, omdat ze bang waren voor lekke banden. Maar tenslotte zagen ze toch in, dat fietsen op luchtbanden fijner was dan op massieve rubberbanden.
De veiligheidsfiets en de luchtband hebben de fiets snel populair gemaakt en binnen het bereik van iedereen gebracht. Tegen het begin van de twintigste eeuw werd de fiets in een groot aantal Europese landen en in de Verenigde Staten van Amerika steeds meer gebruikt. Het fietsen ging door allerlei technische verbeteringen ook steeds gemakkelijker. In de beginjaren moest het fietsen echt worden geleerd en daarvoor ging je dan naar een rijschool. Daar kon je onder deskundige leiding oefenen, voordat je op de openbare weg ging fietsen. De eerste fietsrijschool ter wereld werd in Londen geopend. In Nederland kwam de eerste fietsrijschool in 1868 in Amsterdam.