Het maatschappelijk belang
De komst van de fiets is van grote maatschappelijke betekenis geweest. De fiets staat niet alleen aan het begin van het moderne toerisme, maar maakte het mogelijk langere afstanden snel te overbruggen. Zo werd de mobiliteit van de mens groter. Ook kon je op de fiets vrachten vervoeren. Loopjongens werden fietsjongens en dienstboden deden op de fiets boodschappen. Toch vonden veel mensen het niet gepast om je op een fiets te vertonen. Vooral voor vrouwen werd fietsen ongewenst geacht.
Ook boeren maakten bezwaar tegen fietsers. De koeien zouden door het zien van de voortsnellende mensen van schrik geen melk meer geven. Er ontstonden ook problemen als fietsers paarden voorbij reden. De paarden werden schichtig en sloegen op hol. Dit leidde tot menige vechtpartij. Veel fietsers wapenden zich daarom met zwepen om honden en omstanders van het lijf te houden.
Maar de opmars van de fiets was niet te stuiten. De fiets bleek voor veel doeleinden nuttig. Winkeliers lieten goederen per fiets bezorgen. Zo ontstonden de transportfietsen en later de bakkersfietsen. Ook bij overheidsdiensten werd de fiets ingevoerd. In 1868 werden in ons land bij de Rijkstelegraaf proeven genomen met de fiets voor het bezorgen van telegrammen. Ook de postbesteller Jacob Slijkhuis kreeg een dienstfiets, zodat hij snel telegrammen kon bezorgen bij koning Willem III. Er wordt gezegd, dat de koning in zijn rijtuig wel eens een wedstrijd hield met Jacob Slijkhuis, om te zien wie het snelst naar het paleis kon rijden. Leeuwarden was de eerste gemeente waar de politie de beschikking kreeg over fietsen. Dat was in 1897.
Nederlandse soldaten mochten eerst niet op een fiets rijden, maar steeds meer deskundigen achtten de fiets voor het leger goed bruikbaar. Daarom werden bij elk regiment twintig fietsers gevoegd. In 1910-1911 werden vier compagnieën wielrijders opgericht. Tot in de Tweede Wereldoorlog heeft de fiets in het leger dienst gedaan.